Inleiding: gasopslag in nieuwe werkelijkheid
De Nederlandse gasmarkt is in korte tijd fundamenteel veranderd. Met het dichtdraaien van het Groningenveld en het afbouwen van GasTerra komt steeds meer verantwoordelijkheid bij de markt en bij toezichthouders te liggen. De ACM heeft daarom een bindende gedragslijn opgelegd aan NAM om te zorgen dat de gasopslagen in Norg en Grijpskerk tijdig en voldoende worden gevuld.
In deze blog leggen we uit wat de maatregel inhoudt, waarom deze nodig is en wat dit betekent voor marktpartijen en de leveringszekerheid van gas in Nederland.
Waarom grijpt de ACM in?
Tot nu toe werd een belangrijk deel van de Nederlandse gasopslagen gevuld door GasTerra, dat gas uit Groningen verhandelde en daarmee ook de voorraden in bijvoorbeeld Norg en Grijpskerk op peil hield. Nu het Groningenveld definitief sluit en GasTerra in 2026 stopt, valt die centrale vulrol weg.
De ACM ziet daarbij een risico dat de beschikbare opslagcapaciteit onbenut blijft, simpelweg omdat niet helder is wie de vulverantwoordelijkheid oppakt en onder welke voorwaarden marktpartijen toegang krijgen. En juist die voorraden zijn cruciaal om pieken in de gasvraag op te vangen tijdens een koude winter en om te voldoen aan Europese regels die voorschrijven dat gasopslagen voor minimaal 74 procent gevuld moeten zijn tussen 1 oktober en 1 december.
De kern van de ACM-maatregelen
De ACM heeft aan NAM een bindende gedragslijn opgelegd voor de gasopslagen in Norg en Grijpskerk. In grote lijnen komt het neer op drie punten:
- Toegang voor marktpartijen
NAM moet zorgen dat andere marktpartijen toegang kunnen krijgen tot de gasopslagen, zodat zij gas kunnen injecteren voor het komende gasjaar. Dit moet gebeuren op basis van non-discriminatoire, objectieve en transparante voorwaarden. - Redelijke en kostengebaseerde tarieven
De tarieven die NAM rekent voor opslagdiensten moeten “redelijk” zijn en aansluiten bij historische kosten en tarieven. Daarmee wil de ACM voorkomen dat hoge tarieven de prikkel om op te slaan wegnemen. - Tijdige duidelijkheid over producten en voorwaarden
De gedragslijn schrijft voor hoe en wanneer NAM capaciteit moet aanbieden, zodat marktpartijen op tijd weten welke producten, voorwaarden en prijzen gelden.
Parallel hieraan onderhandelen NAM en EBN over een mogelijke rol voor EBN bij het vullen van de opslagen. Als daar een akkoord uitkomt, kan de invulling weer veranderen, maar tot die tijd geldt de bindende gedragslijn van de ACM.
Wat betekent dit voor leveringszekerheid?
Gasopslagen functioneren als de “seizoensbuffer” van het gasstelsel: in de zomer wordt gas geïnjecteerd, in de winter halen we het er weer uit. Zonder voldoende voorraden is Nederland afhankelijker van import op momenten dat de vraag piekt, met meer risico op hoge prijzen of zelfs fysieke tekorten.
Door NAM te verplichten haar opslagen open te stellen en marktpartijen tijdig toegang te geven, wil de ACM voorkomen dat deze strategische locatie ongebruikt blijft of te laat wordt gevuld. De maatregel is daarmee een direct instrument om de leveringszekerheid voor de komende winters te verstevigen, in een periode waarin de rol van binnenlandse productie sterk is afgenomen.
Gevolgen voor marktpartijen
Voor leveranciers, handelaren en grote afnemers verandert er concreet het nodige:
- Nieuwe opslagmogelijkheden
Marktpartijen die voorheen geen direct toegang hadden tot Norg en Grijpskerk, kunnen nu potentieel zelf capaciteit contracteren. Dat biedt meer mogelijkheden om eigen portefeuilles te balanceren en piekprijzen af te dekken. - Meer verantwoordelijkheid voor vulling
Waar GasTerra vroeger een groot deel van de vulrol vervulde, verschuift de verantwoordelijkheid nu nadrukkelijker naar de markt. Marktpartijen moeten dus actiever sturen op opslagstrategie, prijsverwachtingen en risico’s. - Onzekerheid over lange termijn
Omdat NAM en EBN nog in gesprek zijn, blijft het voor de langere termijn onduidelijk of de huidige opzet zo blijft. Dat maakt het voor bedrijven belangrijk om ontwikkelingen rond regelgeving en de rol van EBN goed te volgen.
Hoe past dit in het bredere beleid?
De maatregel van de ACM staat niet op zichzelf. De Nederlandse overheid heeft EBN al eerder de taak gegeven om gasopslagen te vullen als de markt dat onvoldoende doet, met leenfaciliteiten en garanties om dat mogelijk te maken. Tegelijkertijd moeten we aan Europese vuldoelstellingen voldoen en wil de overheid de afhankelijkheid van Russisch gas en andere geopolitieke risico’s verkleinen.
De bindende gedragslijn richting NAM is daarmee een schakeltje in een bredere mix van instrumenten: marktprikkels, publieke vul taak en toezicht. De rode draad: de overheid en toezichthouder laten de vulling niet volledig aan de markt over, maar grijpen in waar dat nodig is voor de leveringszekerheid.
Wat betekent dit voor de energietransitie?
Hoewel het hier gaat om aardgas, raakt deze discussie direct aan de energietransitie. In de komende jaren neemt de vraag naar flexibiliteit in het energiesysteem toe, onder andere door meer wind en zon. Opslag – of dat nu gas, waterstof, warmte of elektriciteit is – speelt daarin een sleutelrol.
De manier waarop we nu omgaan met gasopslagen laat zien hoe belangrijk het is om tijdig duidelijkheid te scheppen over rollen, verantwoordelijkheden en toegang. Die lessen zijn later ook relevant voor bijvoorbeeld waterstofopslag en andere vormen van flexibele infrastructuur.
https://www.gasunietransportservices.nl/netwerk-operations/dashboard-leveringszekerheid-gas/vullingen-bergingen-totaal






