Wat heeft het gerechtshof precies beslist?
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in hoger beroep geoordeeld dat energieleveranciers óók bij dynamische contracten verplicht zijn om op jaarbasis te salderen voor kleinverbruikers met zonnepanelen. Het hof verwijst daarbij naar artikel 31c Elektriciteitswet 1998 en leest daarin een verplichting om saldering zo toe te passen dat afname en teruglevering over het hele jaar tegen elkaar worden weggestreept.
De zaak betrof een melkveehouderij met een kleinverbruikaansluiting en zonnepanelen die klant was bij Nieuw Hollands Energiebedrijf (Holland Energie), waar niet op jaarbasis maar per uur werd gesaldeerd en een lagere vergoeding per teruggeleverde kilowattuur werd betaald. Het hof bekrachtigde de eerdere uitspraak van de kantonrechter, waardoor het oordeel nu extra gewicht heeft voor de markt.
Jaarbasis vs. uur‑ of kwartier‑saldering
- Bij salderen op jaarbasis wordt de totale afname in kWh over een jaar verminderd met de totale teruglevering in kWh over datzelfde jaar, tot maximaal het eigen verbruik. Voor dat gesaldeerde deel betaal je in feite je contracttarief inclusief energiebelasting en btw en krijg je dezelfde prijs terug op teruggeleverde kWh.
- Bij salderen per uur of per kwartier worden verbruik en teruglevering alleen binnen hetzelfde uur (of kwartier) tegen elkaar weggestreept, waarna resterende verbruik en teruglevering tegen verschillende uurprijzen worden afgerekend.
Het hof stelt dat saldering per uur of per kwartier de stimulans voor duurzame opwek vrijwel wegneemt, omdat verbruik in dure uren niet meer kan worden weggestreept tegen teruglevering in goedkope uren. Juist het jaarmodel – waarbij piekopwek in de zomer wordt verrekend met verbruik in de winter – sluit aan bij de bedoeling van de wetgever.
Gevolgen voor dynamische contracten
Het hof zegt expliciet dat de salderingsregeling op dezelfde manier moet gelden voor vaste, variabele én dynamische contracten: op jaarbasis. Ook bij een dynamisch contract blijft dus het recht bestaan om de jaarsom van teruggeleverde kWh weg te strepen tegen de jaarsom van afgenomen kWh, tot maximaal het eigen verbruik.
Tegelijkertijd blijft een dynamisch contract draaien op uurprijzen, wat betekent dat leveranciers een manier moeten vinden om die uurprijzen te combineren met jaarlijkse saldering.
Tabel: vaste vs. dynamische contracten en salderen
| Type contract | Hoe wordt de prijs bepaald? | Hoe moet er volgens hof gesaldeerd worden? | Praktische knelpunten voor leveranciers |
|---|---|---|---|
| Vast contract | 1 of enkele vaste kWh‑tarieven per jaar. | Jaarbasis: totale verbruik minus totale teruglevering in kWh over het jaar. | Beperkt; dit is al jaren de praktijk. |
| Variabel contract | Tarief per maand/kwartaal wijzigt, maar niet per uur. | Eveneens jaarbasis; geen onderscheid in de wet. | Administratief beperkt complex. |
| Dynamisch contract | Uurprijzen op basis van day‑ahead markt (EPEX), per uur verschillend tarief. | Hof: óók hier jaarbasis‑saldering toepassen. | Jaarbasis combineren met uurprijzen is technisch en contractueel complex; huidige systemen salderen vaak per uur of tariefperiode. |
Wat betekent dit voor zonnepaneelbezitters?
Voor kleinverbruikers met zonnepanelen en een dynamisch of variabel contract is de uitspraak gunstig: zij hebben volgens het hof recht op salderen op jaarbasis zolang de salderingsregeling geldt. De regering heeft eerder vastgelegd dat de salderingsregeling per 1 januari 2027 stopt, waarna alleen nog een terugleververgoeding geldt.
De uitspraak kan ertoe leiden dat consumenten met een dynamisch contract hun jaarnota opnieuw laten beoordelen als de leverancier niet op jaarbasis heeft gesaldeerd. Tegelijk blijven toezichthouder ACM en marktpartijen zoeken naar uitvoerbare rekenmethodes, omdat jaarbasis‑saldering technisch schuurt met de logica van dynamische uurprijzen.






