Hoeveel stroom verbruikt kerstverlichting?
Het verbruik hangt sterk af van het type lampjes. Een standaard set van 100 led‑lampjes verbruikt ongeveer 6 kWh per maand, terwijl dezelfde set met gloeilampjes rond de 50 kWh kan verbruiken. Gemiddeld komt een “normale” mix aan kerstverlichting in huis en tuin voor een heel huishouden uit op grofweg 30–50 kWh in zes weken, wat neerkomt op enkele euro’s tot een paar tientjes bij huidige stroomprijzen.
Voor buitenverlichting, zoals lichtslangen langs dakranden of in de tuin, loopt het vermogen iets verder op maar blijft het bij led nog steeds beperkt; een voorbeeld van 20 meter led‑lichtslang die twee weken continu brandt komt uit op circa 23,5 kWh. In verhouding tot grotere verbruikers als elektrische auto’s, warmtepompen, airco’s of kookplaten is het aandeel van kerstverlichting daarmee klein.
Gelijktijdigheid en piekbelasting in december
Netcongestie ontstaat vooral door piekbelasting: momenten waarop veel gebruikers tegelijk een hoog vermogen vragen en het net die gevraagde capaciteit lokaal niet meer kan verwerken. Dat speelt met name bij bedrijven, snelladers en woonwijken waar elektrische verwarming, laadpalen en bijbehorende aansluitingen samen een hoge gelijktijdige belasting veroorzaken.
Kerstverlichting brandt vooral in de donkere uren aan het eind van de middag en avond, precies wanneer huishoudelijk verbruik toch al hoger is door koken, verlichting en entertainment. Vanuit gelijktijdigheid bekeken voegt kerstverlichting dus wat extra vermogen toe aan de bestaande avondpiek, maar door het lage individuele vermogen van led‑verlichting is de bijdrage per huishouden beperkt.
Heeft kerstverlichting impact op netcongestie?
Netbeheerders en onderzoeken naar netcongestie noemen vooral de toename van grote elektrische verbruikers (industrie, laadinfra, warmtepompen) en grootschalige opwek in gebieden met een zwak net als belangrijkste oorzaken. Huishoudelijk verbruik speelt daarbij mee via de piekbelasting, maar kerstverlichting wordt in analyses niet als aparte bron van netcongestie aangewezen.
Op wijk‑ of straatniveau kan extreem uitbundige verlichting in theorie bijdragen aan een hogere piek, maar dan gaat het eerder om symbolische verschillen dan om de doorslaggevende factor voor congestie. Het zijn vooral structurele keuzes – zoals massale elektrificatie zonder voldoende netverzwaring of sturing – die bepalen of een gebied “rood” kleurt op de congestiekaart, niet de lichtslang van de buurman.






