Het kabinet wil richting 2050 doorgroeien naar 3,5 tot 7 GW kernenergie in Nederland, als onderdeel van een bredere strategie voor een stabieler, CO2-armer energiesysteem. Op dit moment hebben we in Nederland echter slechts één operationele kerncentrale: Borssele, met een capaciteit van ongeveer 485 MW. Dat betekent dat de stap naar 7 GW groot is en meerdere nieuwe centrales vraagt, plus een stevige rol voor de overheid, financiering en ruimtelijke inpassing.
Hoeveel kernenergie hebben we nu?
Nederland heeft nu één actieve kerncentrale, in Borssele, met een vermogen van circa 485 MW ofwel ongeveer 0,5 GW. Die centrale levert al decennia stroom en heeft een vergunning die verlengd is tot 2033. Vergeleken met de kabinetsambitie van 7 GW is de huidige capaciteit dus nog maar een klein begin.
Dat verschil is belangrijk, omdat kernenergie weinig in volume groeit zonder grote projecten. Een uitbreiding naar 7 GW betekent in de praktijk niet een kleine bijstook, maar een fundamentele herinrichting van de Nederlandse elektriciteitsmix.
Hoeveel centrales zijn daarvoor nodig?
Voor 7 GW aan kernenergie zijn meerdere centrales nodig. Als je uitgaat van moderne centrales van ongeveer 1.000 tot 1.650 MW per stuk, dan kom je voor 7 GW uit op ongeveer vier tot zeven grote reactoren, afhankelijk van de uiteindelijke grootte per centrale. De eerste twee geplande nieuwe kerncentrales worden samen al geraamd op circa 2,3 tot 3,3 GW.
In de praktijk betekent dit:
- 1 centrale van 1.000 MW = 1 GW.
- 2 centrales van 1.500 MW = 3 GW.
- 4 centrales van 1.500 MW = 6 GW.
- 5 centrales van 1.400 MW = 7 GW.
Daaruit blijkt dat 7 GW alleen haalbaar is met een reeks grote, nieuwe kerncentrales en niet met één of twee projecten.
Waarom wil het kabinet deze richting op?
De belangrijkste reden is leveringszekerheid en systeemstabiliteit. Kernenergie produceert continu stroom en is niet afhankelijk van wind of zon, wat volgens voorstanders helpt om netcongestie, importafhankelijkheid en prijsschommelingen te beperken. In de kabinetsvisie moet kernenergie daarom een grotere rol spelen naast wind op zee, zon en flexibiliteit.
Daarnaast ziet het kabinet kernenergie als onderdeel van een breder energiesysteem dat minder CO2 uitstoot. De gedachte is dat kernenergie de basislast kan leveren terwijl variabele hernieuwbare bronnen het grootste volume opvangen.
Hoe verhoudt Nederland zich tot buurlanden?
Nederland staat met één kleine centrale nog aan het begin van de kernenergieschaal, zeker vergeleken met Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. België heeft enkele reactoren in bedrijf, maar discussieert ook al jaren over toekomst en sluiting van bestaande capaciteit. Duitsland heeft de kernuitstap inmiddels afgerond en heeft geen operationele kerncentrales meer.
Frankrijk is de Europese kernenergiegrootmacht en leunt nog altijd sterk op kernstroom, al is er discussie over modernisering en vervanging van verouderde centrales. Het VK heeft meerdere centrales in bedrijf en werkt aan nieuwe plannen, maar ook daar is de verjonging van de vloot een groot thema. Nederland zit daar dus ver onder, zowel in absolute capaciteit als in strategische ervaring.
Wat zegt dit over de haalbaarheid?
De ambitie van 7 GW is technisch mogelijk, maar de route is lang en complex. Er moeten locaties worden gekozen, vergunningen worden geregeld, financiering worden rondgekregen en publieke acceptatie worden opgebouwd. Ook laat de recente consultatie en toetsing zien dat het kabinet rekening houdt met seriematige bouw en een flinke overheidsrol.
Daarmee is kernenergie vooral een langetermijnoptie. Voor de korte en middellange termijn blijft Nederland sterk afhankelijk van wind, zon, netverzwaring, opslag en flexibiliteit, terwijl kernenergie pas later een grotere rol kan spelen.
Wat betekent dit voor de energiemix?
Als Nederland echt naar 7 GW kernenergie groeit, verandert de energiemix fundamenteel. Kernenergie zou dan niet langer een niche zijn, maar een substantiële pijler van het systeem. Dat kan helpen bij stabiliteit en CO2-reductie, maar het vraagt ook veel van overheid, markt en samenleving.
Voor kennis van energie is dit dus een interessant dossier, omdat het laat zien hoe groot de afstand is tussen huidige capaciteit en politieke ambitie. Nederland heeft nu 0,5 GW, maar denkt al aan 7 GW: een sprong die alleen met langjarige keuzes en veel doorzettingsvermogen kan slagen.






