De ACM heeft een correctie gepubliceerd op het ontwerpbesluit over de zekerheidstelling die balanceringsverantwoordelijken (BRP’s) moeten afgeven aan TenneT. De wijziging herstelt een fout in de berekeningsmethode en maakt duidelijker hoe de zekerheidstelling wordt vastgesteld en hoe faillissementskosten worden verdeeld.
Wat is de zekerheidstelling?
Balanceringsverantwoordelijken zijn verantwoordelijk voor het handhaven van de energiebalans van hun portefeuille. Zij moeten hun productie, verbruik en transportbehoeften doorgeven en worden verrekend voor eventuele onbalansen.
De zekerheidstelling is een financiële garantie die BRP’s aan TenneT moeten geven. Deze beschermt TenneT tegen de financiële gevolgen als een BRP plotseling stopt met zijn activiteiten, bijvoorbeeld door een faillissement. Zonder deze zekerheid zouden de resterende kosten bij andere marktdeelnemers of bij het net kunnen landen.
Wat verandert er met het ontwerpbesluit?
Het ontwerpbesluit wijzigt de methode voor het bepalen van de hoogte van de zekerheidstelling. Belangrijke wijzigingen zijn:
- de zekerheidstelling wordt maandelijks vastgesteld op basis van historische verrekeningen tussen TenneT en de BRP;
- er wordt gekeken naar netto-transactievolumes tussen BRP’s onderling;
- de regels voor het verdelen van faillissementskosten (reconciliatiekosten) veranderen.
Reconciliatiekosten zijn kosten die ontstaan door verschillen tussen toegewezen en daadwerkelijke energiestromen. Onder de huidige regelgeving worden resterende kosten na een faillissement verdeeld over alle andere betrokken BRP’s. Het ontwerpbesluit regelt dat deze kosten voortaan door TenneT worden gedragen en via de nettarieven worden verrekend.
Hoeveel geld gaat hiermee om?
Uit de onderliggende stukken bij het ACM-voorstel blijkt dat de totale zekerheidstelling aanzienlijk stijgt. Indicatieven wordt de berekende totale zekerstelling (situatie november 2024) geraamd op ongeveer 460 miljoen euro, vergeleken met circa 157 miljoen euro volgens de huidige methodiek.
De opbouw van de nieuwe zekerheidstelling is indicatief als volgt:
- onbalanscomponent: ongeveer 155 miljoen euro;
- reconciliatiecomponent: ongeveer 75 miljoen euro;
- component voor wegvallen van de sourcing: ongeveer 230 miljoen euro.
Voor TenneT betekent dit dat het financiële risico bij een faillissement van een BRP beter is afgedekt. Voor de BRP’s betekent het dat zij gemiddeld een hogere zekerheid moeten stellen, met verschuivingen tussen partijen.
Wat betekent de correctie op het ontwerpbesluit?
De correctie vervangt een eerder ontwerp uit augustus 2025 waarin een fout zat in de berekening van de zekerheidstelling. Daarnaast wordt een aantal onduidelijkheden in de tekst verhelderd.
De inhoudelijke lijn blijft hetzelfde:
- strengere berekeningsmethode voor de zekerheidstelling;
- verschuiving van faillissementsrisico van andere BRP’s naar TenneT;
- hogere totale zekerheid om het systeem beter te beschermen.
Waarom is dit belangrijk?
De wijziging raakt de financiële zekerheid van het elektriciteitssysteem. Als een grote BRP failliet gaat, kunnen er aanzienlijke kosten ontstaan door onbalans en reconciliatie. Door de zekerheidstelling te verhogen, wordt de kans kleiner dat deze kosten bij andere marktdeelnemers of bij het net terechtkomen.
Tegelijkertijd leidt de nieuwe methode naar verwachting tot hogere kosten voor aangeslotenen, omdat BRP’s meer zekerheid moeten aanhouden. Dit kan doorwerken in de tarieven die zij aan hun klanten doorberekenen.
Wat betekent dit voor TenneT en de BRP’s?
Voor TenneT geldt:
- beter gedekt financieel risico bij faillissement van een BRP;
- meer zekerheid dat reconciliatiekosten kunnen worden opgevangen;
- een deel van de kosten komt via de nettarieven bij aangeslotenen.
Voor BRP’s geldt:
- een hogere gemiddelde zekerheidstelling;
- een maandelijkse herberekening op basis van hun eigen historie;
- verschuivingen tussen BRP’s: partijen met veel onbalans en reconciliatie betalen meer.
Wat kunnen belanghebbenden doen?
Belanghebbenden kunnen een zienswijze indienen op het ontwerpbesluit. De ACM ontvangt zienswijzen tot uiterlijk 28 september 2026. Het is ook mogelijk om een mondelinge zienswijze te geven na het maken van een afspraak.
Het zaaknummer voor deze procedure is ACM/25/196985







