Nederland en België hebben de vernieuwde hoogspanningsverbinding Brabo III officieel in gebruik genomen. De verbinding koppelt het Antwerpse havengebied aan het Nederlandse hoogspanningsstation Rilland in Zeeland en maakt volgens de eerste berichtgeving ongeveer 30% meer grensoverschrijdende elektriciteitsuitwisseling mogelijk. Daarmee wordt een belangrijke schakel toegevoegd aan de Europese elektriciteitsmarkt.
Wat is een interconnector?
Een interconnector is een hoogspanningsverbinding tussen de elektriciteitsnetten van twee landen. Via zo’n verbinding kunnen landen stroom importeren wanneer er weinig aanbod is en exporteren wanneer er juist een overschot ontstaat.
Nederland beschikt al over verbindingen met België, Duitsland, Noorwegen, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Deze verbindingen maken het mogelijk om productie en verbruik internationaal beter op elkaar af te stemmen.
Wat is Brabo III?
Brabo III versterkt het 380kV-net in en rond de haven van Antwerpen. Het project maakt de elektriciteitsuitwisseling tussen België en Nederland eenvoudiger en verhoogt de transportcapaciteit van de verbinding.
De verbinding is vooral belangrijk voor het Antwerpse havengebied, waar de elektriciteitsvraag door industrie en elektrificatie sterk groeit. Tegelijkertijd krijgt Nederland meer mogelijkheden om elektriciteit met België uit te wisselen.
Wat levert het Nederland op?
Voor Nederland biedt Brabo III vooral extra exportmogelijkheden op momenten dat er veel wind- en zonnestroom beschikbaar is. In plaats van duurzame productie af te schakelen, kan een groter deel van het overschot naar België worden getransporteerd.
Dat kan bijdragen aan:
- minder druk op het Nederlandse hoogspanningsnet;
- een betere benutting van wind- en zonne-energie;
- meer inkomsten uit grensoverschrijdende handel;
- een grotere afzetmarkt voor Nederlandse duurzame elektriciteit.
Nederland kan de verbinding ook gebruiken om stroom uit België te importeren wanneer de binnenlandse productie tijdelijk onvoldoende is. Daarmee ondersteunt de verbinding de leveringszekerheid, al lost zij lokale problemen op distributienetten niet automatisch op.
Wat levert het België op?
België krijgt via Brabo III extra toegang tot Nederlandse en Noordwest-Europese elektriciteitsmarkten. Dat is relevant voor het Antwerpse havengebied, waar bedrijven meer elektriciteit nodig hebben voor elektrificatie, waterstofproductie en verduurzaming van industriële processen.
De voordelen voor België zijn onder meer:
- extra elektriciteitsaanvoer voor de Antwerpse haven;
- meer mogelijkheden om stroom uit Nederland te importeren;
- een sterker 380kV-net;
- betere toegang tot duurzame productie in de regio.elia+1
De verbinding vergroot bovendien de strategische onafhankelijkheid van beide landen. Hoe beter Europese landen met elkaar verbonden zijn, hoe minder zij afhankelijk zijn van één specifieke productielocatie of internationale energiestroom.
Daalt de stroomprijs hierdoor?
Een grotere interconnectie kan prijsverschillen tussen landen verkleinen doordat elektriciteit makkelijker naar de markt met de hoogste vraag stroomt. Op momenten van Nederlandse overproductie kan export naar België de prijsdruk in Nederland verminderen; bij een Belgisch tekort kan import juist extra aanbod brengen.
Dat betekent niet dat huishoudens automatisch direct een lagere energierekening krijgen. De prijs wordt ook bepaald door gasprijzen, CO₂-prijzen, vraag, aanbod, belastingen en transportkosten. Brabo III vergroot vooral de flexibiliteit en efficiëntie van de markt.
Welke verbinding komt er nog bij?
Naast Brabo III bereiden TenneT en de Belgische netbeheerder Elia een verdere versterking voor tussen Kinrooi in België en Maasbracht in Nederlands-Limburg. Het doel is om de transmissiecapaciteit van deze verbinding te verdubbelen, met ingebruikname die uiterlijk rond 2035 wordt beoogd.
Deze uitbreiding moet de verbinding tussen beide landen verder versterken en extra ruimte bieden voor grensoverschrijdende elektriciteitsstromen. Het project bevindt zich nog in de voorbereidingsfase en is dus iets anders dan een volledig nieuwe verbinding die al operationeel is.
Welke andere interconnectoren komen eraan?
De belangrijkste nieuwe Nederlandse internationale verbinding is LionLink, een geplande hybride interconnector tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk. LionLink krijgt een capaciteit van ongeveer 2 GW en combineert een verbinding tussen twee landen met het transport van elektriciteit uit offshore wind.
Ook Nautilus, een mogelijke hybride verbinding tussen België en het Verenigd Koninkrijk, is in ontwikkeling. Deze verbinding zou offshore windenergie kunnen transporteren en tegelijk de Britse en Belgische elektriciteitsnetten koppelen.
Daarnaast is GriffinLink aangekondigd als een geplande verbinding tussen Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, met een mogelijke capaciteit tot 2 GW. Niet al deze projecten hebben dezelfde status: sommige zijn concreet in voorbereiding, andere bevinden zich nog in een ontwikkel- of onderzoeksfase.
Waarom zijn deze verbindingen belangrijk?
De groei van wind- en zonne-energie maakt internationale netverbindingen steeds belangrijker. Productiepieken vinden niet altijd plaats op dezelfde momenten als de vraag, en weersomstandigheden verschillen per land. Interconnectoren maken het mogelijk om die verschillen beter te benutten.
De nieuwe verbindingen leveren daarmee drie belangrijke voordelen:
- meer leveringszekerheid;
- betere benutting van duurzame energie;
- meer flexibiliteit bij prijsschommelingen en netcongestie.
Voor Nederland en België betekent Brabo III daarom meer dan een nieuwe hoogspanningslijn. Het is een stap naar een geïntegreerd Europees energiesysteem waarin elektriciteit steeds vaker grensoverschrijdend wordt geproduceerd, verhandeld en gebruikt.
Wist je dat het Brabo-project uit drie delen bestaat: Brabo I, II en III? Samen versterken deze projecten het Belgische hoogspanningsnet rond de haven van Antwerpen en vergroten ze de elektriciteitsuitwisseling met Nederland aanzienlijk.







