Nederland heeft de komende tien jaar veel meer flexibiliteit in het elektriciteitssysteem nodig. Op 15 oktober 2026 concludeerde de Autoriteit Consument & Markt (ACM) dat daar nieuwe investeringen en aanvullend beleid voor nodig zijn (ACM). Wat staat er precies in, wat is nieuw en wat gaan bedrijven en huishoudens ervan merken? Een overzicht.
In het kort
- De ACM heeft de eerste Nederlandse Flexibility Needs Assessment (FNA) goedgekeurd. TenneT heeft die opgesteld samen met de regionale netbeheerders (ACM).
- In het gekozen scenario voorzien de netbeheerders op landelijk niveau geen structureel tekort aan flexibiliteit in 2030 en 2035. Dat geldt alleen als er op tijd ongeveer 16 GW batterijen, 6,5 GW Power-to-X en 12,6 GW interconnectie bijkomt (TenneT).
- De ACM betwijfelt of marktpartijen die groei zelf realiseren. Daarom zijn volgens de ACM aanvullend beleid en nieuwe investeringen nodig (ACM).
- Het ministerie van EZK heeft zes maanden om een nationale flexibiliteitsdoelstelling vast te stellen. Mogelijk volgt daarna een subsidieregeling voor niet-fossiele flexibiliteit (ACM).
Wat is flexibiliteit in het elektriciteitssysteem?
De ACM omschrijft flexibiliteit als het vermogen om productie of verbruik van elektriciteit aan te passen aan wat het systeem op dat moment nodig heeft (ACM). Denk aan batterijen die laden bij een overschot en ontladen bij een tekort. Of aan afspraken met bedrijven om hun verbruik te verschuiven naar momenten waarop het net minder vol is.
Flexibiliteit heeft twee functies:
- Systeembalans: vraag en aanbod moeten elk moment gelijk zijn, ook als wind en zon wisselen.
- Netcongestie: flexibiliteit helpt het overvolle stroomnet slimmer te benutten. Zo is er minder (of later) netverzwaring nodig.
Wat is de Flexibility Needs Assessment (FNA)?
De FNA volgt uit de herziene Europese Elektriciteitsmarktverordening van 2024. Die verplicht netbeheerders in alle EU-lidstaten om regelmatig de flexibiliteitsbehoefte in kaart te brengen. TenneT stelde de analyse op met Coteq, Enexis, Liander, RENDO, Stedin en Westland Infra. TenneT diende het rapport op 24 juli 2026 in bij de ACM, en de ACM stelde het op 12 oktober 2026 vast (TenneT).
De FNA is geen investeringsplan en ook geen congestieonderzoek. De analyse kijkt hoeveel flexibiliteit het systeem nodig heeft, en waar en wanneer. Daarbij houdt de FNA rekening met voorspelfouten van wind en zon, beperkingen van installaties en transportbeperkingen op het net (TenneT).
Uitgangspunten van het scenario
Als basis gebruikt de FNA de Verkenning Vertraagde Transitie. Dat scenario gaat uit van een vertragende energietransitie, maar wel van een sterke groei van zon en batterijen (Solar Magazine):
| Bron | 2030 | 2035 |
|---|---|---|
| Zonnepanelen | 42,2 GWp | 52,4 GWp |
| Batterijen | 8,7 GW | 15,8 GW |
De belangrijkste uitkomsten
1. Geen landelijk tekort, maar alleen onder voorwaarden
TenneT benadrukt dat het uitblijven van een structureel tekort “geen vanzelfsprekendheid” is. Blijven investeringen achter, dan kunnen grotere tekorten ontstaan en past er minder hernieuwbare stroom in het systeem (TenneT).
2. Gevoeligheidsanalyse: tot 6,4 GW tekort in 2030
De FNA rekent ook drie varianten door. In de meest conservatieve variant (geen extra flexibiliteit uit het buitenland, beperkte inzet van binnenlandse centrales) loopt het tekort in 2030 op tot 6,4 GW. Dat tekort is er 929 uur per jaar, ongeveer 10,6 procent van de tijd. Komt er 5 GW aan bestaande gascentrales bij, dan daalt het tekort naar 3,5 GW. Met flexibiliteit uit het buitenland erbij blijft er 3,2 GW over. In 2035 stijgt het tekort in de conservatieve variant naar 8,6 GW.
Het tekort zit vooral in de ochtend- en avonduren. Op die momenten stijgt de vraag terwijl er nog weinig flexibel vermogen beschikbaar is.
3. Het knelpunt zit vooral op het hoogspanningsnet
Tot 2035 is vooral meer flexibiliteit nodig op de hoogspanningsnetten van TenneT (ACM). Die behoefte is gebonden aan een locatie. Een deel ervan verdwijnt als geplande netverzwaringen klaar zijn, maar flexibiliteit blijft nodig om het net efficiënt te benutten (TenneT).
4. Netcongestie kost meer groene stroom dan overschotten
Voor 2030 verwacht de FNA dat er 7,8 TWh aan duurzame productie wordt afgeschakeld omdat het net de stroom niet kan vervoeren. Op systeemniveau, bij een landelijk overschot, gaat het om ongeveer 1,1 TWh. Zonnepanelen zijn goed voor 67 procent van die afschakeling op systeemniveau. Richting 2035 daalt de afschakeling door netbeperkingen naar 5,4 TWh, maar de afschakeling van zonnestroom door overschotten neemt toe.
Het oordeel van de ACM
De ACM heeft de rapportage getoetst aan de Europese Elektriciteitsverordening en goedgekeurd. Wel moeten de netbeheerders volgens de ACM vervolgstappen zetten (ACM):
- de flexibiliteitsbehoeften vollediger in kaart brengen;
- de aannames consistenter en beter onderbouwen;
- de onzekerheid rond die aannames explicieter maken.
Vanaf nu stellen de netbeheerders elke twee jaar een nieuwe FNA op (ACM).






