Veel huishoudens met een variabel energiecontract krijgen per 1 juli te maken met nieuwe tarieven. De ACM wijst er terecht op dat dit hét moment is om het aangepaste tarief te vergelijken met andere aanbieders, zeker nu het aanbod op de markt ruimer is dan een paar jaar geleden. Tegelijk laat de Energiemonitor zien dat vaste en dynamische contracten verder aan terrein winnen, terwijl prijsverschillen tussen leveranciers groot kunnen zijn.
Wat zegt de ACM?
Volgens de ACM worden variabele tarieven traditioneel twee keer per jaar aangepast: op 1 januari en op 1 juli. In de nieuwste Energiemonitor staat dat de tarieven van veel variabele contracten nu nog niet zijn gestegen, maar dat huishoudens die per 1 juli een wijziging krijgen daar inmiddels over zijn geïnformeerd. De toezichthouder benadrukt dat vergelijken loont, omdat er bijna 30 leveranciers zijn met vaste contracten en ruim 30 leveranciers met variabele of dynamische contracten.
De ACM noemt ook dat de tarieven van vaste contracten deze maand circa 13% hoger zijn dan vóór de oorlog in Iran, wat laat zien hoe gevoelig de markt nog steeds is voor geopolitieke ontwikkelingen en groothandelsprijzen. Daarnaast worden de prijsbewegingen op de gas- en elektriciteitsmarkten nog steeds sterk beïnvloed door volatiliteit, lagere zonopwek op sommige momenten en pieken in de vraag naar elektriciteit.
Vergelijking met 2024
In 2024 zag de markt er anders uit: begin dat jaar meldde de ACM dat vaste energiecontracten terug waren van weggeweest en dat meer dan de helft van de huishoudens weer een contract met vaste prijzen had. In die periode waren vaste contracten gemiddeld nog goedkoper dan variabele contracten, terwijl variabele contracten in diezelfde maand bijna 1,5% goedkoper werden. Dat laat zien dat consumenten in 2024 vooral profiteerden van teruggekeerde keuzevrijheid en van dalende prijsniveaus na de extreme marktvolatiliteit van eerdere jaren.
Ook de context was anders. De markt stabiliseerde toen geleidelijk, mede doordat leveranciers opnieuw vaste contracten gingen aanbieden dankzij aangepaste regels voor opzegvergoedingen. In vergelijking met de huidige situatie is vooral opvallend dat prijsverschillen in 2024 nog sterk samenhingen met het herstel van normale contractaanbiedingen, terwijl in 2026 vooral geopolitiek, groothandelsvolatiliteit en marktgedrag rond terugleverkosten en contractvormen de toon zetten.
Vergelijking met 2025
In 2025 bleef de energierekening voor veel huishoudens iets lager dan in 2024, mede door lagere tarieven en een lagere energiebelasting op stroom en gas. CBS- en marktvergelijkingen lieten zien dat de gemiddelde energiekosten in 2025 circa 43 euro per maand lager lagen dan in 2024, al werden die voordelen deels gecompenseerd door stijgende netbeheerkosten. Dat maakt 2025 een jaar waarin de totale rekening voor veel consumenten wel verbeterde, maar niet overal even sterk.
Tegelijk liet de ACM in 2025 meerdere keren zien dat variabele contracten redelijk stabiel bleven, terwijl vaste contracten soms opnieuw duurder werden of juist aantrekkelijker konden uitpakken afhankelijk van looptijd en aanbieder. De markt werd dus minder bepaald door één duidelijke prijsrichting en meer door verschillen tussen contracttypes, aanbieders en verbruiksprofielen. Vergeleken met 2024 is 2025 daarmee een overgangsjaar geweest: minder onrust op de energierekening, maar wel blijvende verschillen tussen consumenten die goed vergelijken en consumenten die blijven zitten waar ze zitten.
Oorzaken van de verschillen
De belangrijkste oorzaak van tariefschommelingen blijft de groothandelsmarkt. De ACM noemt expliciet dat de gasprijs en de elektriciteitsprijs sterk bewegen, met recente volatiliteit op de TTF-gasmarkt en hogere day-aheadprijzen voor elektriciteit dan in dezelfde periode een jaar eerder. Minder zonuren, wisselende windproductie en momenten van hoge vraag zorgen voor extra prijsdruk op de korte termijn.
Daarnaast spelen beleids- en contractfactoren een duidelijke rol. Energiebelasting, netbeheerkosten en terugleverkosten voor huishoudens met zonnepanelen beïnvloeden de uiteindelijke energierekening steeds sterker, los van de kale leveringstarieven. Ook is het aanbod van contracten veranderd: vaste contracten zijn terug, maar leveranciers maken vaker onderscheid tussen klanten met en zonder zonnepanelen, wat de vergelijkbaarheid lastiger maakt.
Belangrijkste trends
Een duidelijke trend is dat het aantal huishoudens met vaste en dynamische contracten blijft groeien. Dat wijst erop dat consumenten bewuster kiezen en zich vaker laten leiden door prijs, flexibiliteit en risicobereidheid. De tijd waarin variabele contracten min of meer automatisch de norm waren, ligt inmiddels achter ons.
Een tweede trend is dat transparantie belangrijker wordt. De ACM signaleert dat prijsverschillen tussen leveranciers groot kunnen zijn en dat terugleverkosten steeds vaker per kWh worden doorberekend, wat vergelijken makkelijker moet maken. Een derde trend is dat de markt steeds gevoeliger wordt voor externe factoren, zoals geopolitieke spanningen, weersinvloeden op zonne- en windproductie en schommelingen in de gasopslag. Voor consumenten betekent dit dat een contractkeuze niet alleen een prijskeuze is, maar ook een keuze voor zekerheid, flexibiliteit en risicoprofiel.
Praktisch advies
Wie een variabel contract heeft, doet er goed aan niet alleen naar het nieuwe tarief per 1 juli te kijken, maar naar de totale kosten per jaar. Kijk daarbij naar leveringstarief, vastrecht, terugleverkosten, netbeheerkosten en energiebelasting, zodat de vergelijking echt eerlijk is. Zeker huishoudens met zonnepanelen of een afwijkend verbruiksprofiel kunnen flink anders uitkomen dan het gemiddelde.
Voor veel huishoudens is dit ook het juiste moment om te beoordelen of een vast of dynamisch contract beter past. Vaste contracten bieden meer voorspelbaarheid, dynamische contracten meer kans om te profiteren van daluren op de markt, en variabele contracten bieden flexibiliteit maar ook minder grip op toekomstige prijsstappen. Juist daarom is 1 juli geen administratieve datum, maar een goed vergelijkmoment.
Bron ACM





