Nederland gaat een centrale capaciteitsmarkt invoeren om de leveringszekerheid van elektriciteit te versterken en stroomtekorten, prijsuitschieters en onrendabele piekcapaciteit beter op te vangen. Voor Kennis van Energie is dit een relevant onderwerp, omdat het raakt aan marktontwerp, investeringszekerheid en uiteindelijk ook aan de energierekening van bedrijven en huishoudens.
Wat is een centrale capaciteitsmarkt?
In een centrale capaciteitsmarkt worden producenten en andere aanbieders van flexibiliteit niet alleen betaald voor geleverde stroom, maar ook voor het beschikbaar houden van vermogen. Denk daarbij aan centrales, batterijen en vraagrespons die op piekmomenten kunnen worden ingezet. Het systeem werkt als een soort verzekering: ook als zon en wind tijdelijk weinig leveren, moet er genoeg regelbaar vermogen beschikbaar blijven.
Waarom nu?
De kern van het besluit is leveringszekerheid. Het kabinet kiest voor een marktbreed capaciteitsmechanisme omdat de elektriciteitsvraag stijgt, terwijl het systeem tegelijk afhankelijker wordt van weersafhankelijke productie. Volgens de rijksoverheid moet dit instrument risico’s op prijspieken en uitval dempen en helpen om voldoende elektriciteit beschikbaar te houden op piekmomenten.
Ook in de sector leeft het gevoel dat snel handelen nodig is. Energie-Nederland stelt op basis van onderzoek dat een centrale capaciteitsmarkt investeringen in regelbaar vermogen en vraagrespons aantrekkelijker maakt en maatschappelijke baten kan opleveren door minder prijspieken en meer leveringszekerheid. Tegelijk is er kritiek dat de kosten uiteindelijk bij afnemers terechtkomen via de tarieven.
Hoe werkt het systeem?
De planning is dat TenneT de veilingen organiseert, met de eerste veiling in 2028 en operationele inzet in de winter van 2029-2030. Partijen die capaciteit beschikbaar kunnen houden, doen mee aan veilingen en ontvangen een vergoeding voor die beschikbaarheid. De laagste kosten per benodigde capaciteit bepalen in de praktijk wie wordt geselecteerd.
Dat is een belangrijk verschil met het huidige energy-only-model, waarin partijen vooral verdienen aan geproduceerde elektriciteit en niet aan het paraat houden van capaciteit. De centrale capaciteitsmarkt moet die lacune opvullen, zodat investeringen in flexibiliteit, opslag en regelbaar vermogen ook rendabel worden.
Vergelijking met het huidige model
In het huidige systeem ligt de nadruk vooral op productie: wie stroom levert, krijgt betaald, en capaciteit wordt indirect beloond via marktprijzen en contracten. Dat werkt goed zolang er voldoende aanbod is en de prijssignalen sterk genoeg zijn om investeringen aan te jagen. Maar bij een systeem met steeds meer variabele opwek kan die prikkel volgens voorstanders onvoldoende zijn.
De centrale capaciteitsmarkt voegt daar een expliciete beloning voor beschikbaarheid aan toe. Daardoor kan de markt beter sturen op zekerheid in plaats van alleen op productievolume. Dat maakt het instrument vooral interessant in een energiesysteem dat sneller elektrificeert en meer afhankelijk wordt van weersinvloeden.
Wat betekent dit voor Nederland?
Voor Nederland betekent dit waarschijnlijk meer zekerheid dat er ook tijdens koude, donkere of windarme momenten voldoende vermogen beschikbaar is. Dat is positief voor de betrouwbaarheid van het systeem, maar het is geen gratis maatregel: de kosten worden via de nettarieven of marktmechanismen doorbelast aan eindgebruikers. Voor bedrijven en consumenten kan dat dus op termijn een zichtbare component in de energierekening worden.
De maatregel past wel in een bredere Europese trend waarin landen steeds vaker aanvullende mechanismen inzetten om leveringszekerheid te borgen. Nederland sluit daarmee aan bij een ontwikkeling waarin marktwerking blijft bestaan, maar wordt aangevuld met meer gerichte sturing op capaciteit en flexibiliteit.
Trends en aandachtspunten
Een belangrijke trend is de verschuiving van een puur productiegerichte markt naar een markt waarin flexibiliteit steeds waardevoller wordt. Batterijen, vraagrespons en regelbaar vermogen krijgen daarmee een grotere rol naast zon en wind. Dat is logisch in een systeem waarin duurzame opwek groeit, maar niet altijd beschikbaar is wanneer de vraag hoog is.
Een tweede trend is dat leveringszekerheid een expliciet beleidsdoel wordt in plaats van een impliciete veronderstelling. Een derde trend is dat de discussie steeds meer draait om de vraag wie de kosten draagt en of de baten opwegen tegen de extra lasten. Juist daarom is transparante uitleg belangrijk: het gaat niet alleen om meer marktinterventie, maar om het bouwen van een betrouwbaarder energiesysteem.






