De Nederlandse gasopslagen zijn eind augustus 2026 voor ongeveer 45–46% gevuld, terwijl het Europese vuldoel voor 1 november op 74% staat. Dat is fors lager dan in voorgaande jaren en roept vragen op over de leveringszekerheid. Toch is de situatie niet direct alarmerend, zolang de aanvoer van gas stabiel blijft en de winter niet extreem streng uitvalt.
Hoe vol zijn de gasopslagen nu?
De actuele vulgraad van de Nederlandse ondergrondse gasbergingen ligt rond de 45–46%. Dit percentage is het gemiddelde van de gezamenlijke opslagen: Norg, Grijpskerk, Alkmaar, Bergermeer en Zuidwending.g
Ter vergelijking:
- eind augustus 2025 was de vulgraad rond de 65%.
- in juni 2026 lag de vulgraad nog maar rond de 19–44%, afhankelijk van de week.accountancyvanmorgen+1
- het Europese gemiddelde ligt momenteel rond de 67%.
Nederland zit daarmee ruim onder het EU-gemiddelde en ook onder het eigen streefdoel van 74% per 1 november.
Waarom zijn de opslagen niet volledig gevuld?
Gasopslagen worden in de zomer gevuld en in de winter geleegd. Ze fungeren als een buffer voor piekmomenten, zoals koude dagen met veel vraag. Volledig vullen is echter niet mogelijk en ook niet wenselijk.
Redenen waarom de opslag niet 100% gevuld kan worden:
- Technische limieten: gasbergingen hebben een maximale werkdruk en een technisch maximum voor de vulgraad. Boven een bepaald niveau kan niet meer veilig worden geïnjecteerd.
- Operationele ruimte: een deel van de capaciteit moet vrijblijven voor dagelijkse schommelingen in vraag en aanbod.
- Kussen-gas: een vast volume gas blijft permanent in de ondergrond om de druk op peil te houden; dit telt niet mee als “beschikbare” voorraad.
Daarnaast is er dit jaar een specifieke situatie: de totale beschikbare opslagcapaciteit in Nederland is afgenomen door het sluiten van bepaalde locaties en beperkingen in de injectiesnelheid.
Waarom lukt het vullen dit jaar minder goed?
Verschillende factoren spelen een rol:
- Lagere aanvoer: marktpartijen kopen minder gas in voor opslag, mede door prijsontwikkelingen en onzekerheid over de vraag.
- Minder capaciteit: de beschikbare opslagcapaciteit is kleiner dan voorheen, waardoor het lastiger is om snel grote volumes te injecteren.
- Europese concurrentie: andere landen vullen ook hun opslagen, wat de druk op de beschikbare injectiecapaciteit en LNG-terminalcapaciteit verhoogt.
- Vertraagde start: de vulgraad begon het seizoen lager dan normaal, waardoor Nederland een inhaalslag moet maken.
Volgens Gasunie is het daardoor onwaarschijnlijk dat de Nederlandse opslagen eind oktober voor 80% gevuld zijn, zoals eerder werd gehoopt. Het realistische scenario is dat het vuldoel van 74% pas eind november of later wordt gehaald.
Is er een risico voor de leveringszekerheid?
De lage vulgraad betekent niet automatisch dat er deze winter te weinig gas is. Nederland heeft nog steeds:
- toegang tot gas uit eigen velden;
- import via pijpleidingen uit Noorwegen en andere landen;
- toegang tot LNG via de terminals in Rotterdam.
Toch neemt de kwetsbaarheid toe. Experts wijzen op risico’s bij een combinatie van:
- een strenge winter met langdurige koude;
- uitval van infrastructuur, bijvoorbeeld bij een LNG-terminal of pijpleiding;
- verstoringen in de aanvoer uit het buitenland.
Gasunie geeft aan dat de aanvoer op dit moment stabiel is, maar waarschuwt dat lagere voorraden minder buffer bieden voor calamiteiten. Hoe lager de voorraad, hoe minder ruimte er is om pieken op te vangen zonder maatregelen.
Wat doet de overheid?
De overheid heeft enkele maatregelen genomen om de situatie te verbeteren:
- Vulplicht: Nederland moet per 1 november minimaal 74% van de opslagcapaciteit gevuld hebben, conform de EU-verordening.
- Noodvoorraad: er wordt gewerkt aan een tijdelijke noodvoorraad van ongeveer 5 TWh in de gasopslag bij Alkmaar, die alleen bij fysieke tekorten mag worden ingezet.
- Steun aan EBN: het staatsbedrijf EBN kan bijspringen als marktpartijen onvoldoende gas opslaan, onder meer via een verruimde leenfaciliteit.
Tegelijk benadrukt het kabinet dat er op dit moment geen reden is voor onmiddellijke zorg over een fysiek tekort. De focus ligt op het monitoren van de gasstromen en het stimuleren van verdere vulling waar mogelijk.
Wat betekent dit voor de komende winter?
De verwachting is dat Nederland de winter fysiek doorkomt, mits:
- de aanvoer van gas stabiel blijft;
- de winter niet extreem streng uitvalt;
- er geen grote storingen optreden in de infrastructuur.
Bij een combinatie van een koude winter en tegenvallende aanvoer kunnen maatregelen nodig zijn, zoals:
- prioritering van cruciale afnemers;
- tijdelijke inzet van de noodvoorraad;
- aanvullende inkopen op de internationale markt.
Voor consumenten en bedrijven betekent dit vooral: blijf alert op berichten over de gasmarkt, maar er is geen directe reden voor paniek. De lage vulgraad is een signaal om serieus te nemen, geen bewijs van een dreigend tekort.







