HVDC staat voor High Voltage Direct Current: hoogspanningsgelijkstroom. Waar het Nederlandse net traditioneel op wisselstroom (AC) van 110 tot 380 kV werkt, zetten HVDC-systemen wisselstroom om in gelijkstroom, transporteren die over grote afstand, en zetten hem aan de andere kant weer om naar wisselstroom.
De reden is fysica. Bij lange onderzeese kabels loopt wisselstroom vast op capacitieve verliezen: de kabel gedraagt zich als een condensator en verbruikt een groeiend deel van zijn eigen capaciteit. Gelijkstroom kent dat effect niet. Voor de afstanden waarop Nederlandse windparken nu worden gebouwd — IJmuiden Ver Alpha ligt op circa 176 km tracélengte, waarvan 164 km offshore, en Nederwiek 1 op circa 217 km — is gelijkstroom feitelijk de enige werkbare route.
Nederland is geen nieuwkomer. Er lopen al drie interconnectoren op gelijkstroom:
| Verbinding | Landen | Capaciteit | In bedrijf | Lengte |
|---|---|---|---|---|
| NorNed | NL – Noorwegen | 700 MW | 2008 | 580 km |
| BritNed | NL – Verenigd Koninkrijk | 1.000 MW | 2011 | 260 km |
| COBRAcable | NL – Denemarken | 700 MW | 2019 | 325 km |
Bron: TenneT projectpagina’s.
Die verbindingen leverden samen circa €2 miljard aan veilingopbrengsten op voor het Nederlandse elektriciteitssysteem — NorNed alleen al €762 mln — en die opbrengsten drukken onder toezicht van de ACM de nettarieven.
Wat nu gebeurt is van een andere orde. COBRAcable is 700 MW op 320 kV. Het nieuwe standaardsysteem is 2.000 MW op 525 kV — en dat veertien keer.
Hoe zit het 2GW-standaardplatform technisch in elkaar?
TenneT koos voor standaardisatie in plaats van projectspecifiek ontwerp. Per verbinding bestaat de configuratie uit:
- Twee eenaderige ±525 kV HVDC-kabels (bipolaire opzet)
- Eén metallische retourkabel
- Eén glasvezelkabel
- Een offshore converterplatform en een onshore converterstation
De onshore converterstations zetten 525 kV DC om naar 380 kV AC voor invoeding in het landelijke net. De kabeltechnologie is 525 kV XLPE, wereldwijd een van de eerste grootschalige toepassingen op dit spanningsniveau; voor landkabels wordt P-Laser isolatie gebruikt, die volledig recyclebaar is.
De converters zijn Voltage-Sourced Converters (VSC), niet de oudere netgecommuteerde techniek (TenneT). Dat is relevant, want VSC’s kunnen zelf spanning opbouwen, blindvermogen regelen en netvormend gedrag leveren — eigenschappen die je nodig hebt zodra windparken een groeiend deel van de systeemsterkte moeten leveren.
De winst van 525 kV is niet alleen transportcapaciteit. Omdat één systeem meer dan tweemaal zoveel vermogen draagt als de eerdere 700 MW-systemen, zijn er minder platforms, minder kabelsystemen en minder tracés nodig. Dat verkleint de ecologische voetafdruk en, minstens zo belangrijk, de druk op ruimtelijke procedures.
Welke HVDC-systemen komen wanneer in bedrijf?
| Project | Aansluitlocatie | Beoogde inbedrijfname |
|---|---|---|
| IJmuiden Ver Alpha | Borssele | 2029 |
| IJmuiden Ver Beta | Maasvlakte Rotterdam | 2029 |
| IJmuiden Ver Gamma | Maasvlakte Rotterdam | 2029 |
| Nederwiek 1 | Borssele | 2030 |
| Nederwiek 2 | Maasvlakte Rotterdam | 2030 |
| Nederwiek 3 | Geertruidenberg óf Moerdijk | 2031 |
| Doordewind 1 | Eemshaven | 2031 |
Bron: TenneT 2GW Program en TenneT gunningsbericht.
Daarnaast komen Duitse systemen (BalWin3/4, LanWin1/2/4/5) uit hetzelfde programma.
De achterliggende doelstelling: 40 GW offshore transportcapaciteit binnen het 2GW-programma, 20 GW Nederlands en 20 GW Duits. Dat volgt uit de Esbjerg-verklaring van mei 2022, waarin Duitsland, Nederland, Denemarken en België afspraken minimaal 65 GW offshore wind in 2030 te realiseren; TenneT neemt daarvan ongeveer tweederde voor zijn rekening.
Voor Nederland specifiek: circa 21 GW offshore wind rond 2032, met 40 GW als horizon voor 2050.
HVDC-systemen zijn in tien jaar opgeschoven van uitzondering naar fundament. De techniek is geen belemmering meer: 525 kV XLPE-kabels liggen in productie, VSC-converters zijn bewezen, en de standaardisatie op 2 GW per verbinding is een verstandige keuze die ruimtebeslag en aantal platforms terugbrengt.
De echte risico’s zitten elders, en in die volgorde: interoperabiliteit tussen leveranciers, leveranciersconcentratie in een dunne markt, en governance die trager beweegt dan de contracten. De gedeeltelijke contractbeëindiging in mei 2026 was geen incident maar een demonstratie van hoe smal de basis is waarop €30 miljard rust.






