Nederland importeert nog steeds het overgrote deel van zijn energie: in 2025 was ongeveer 77% van het energieverbruik afhankelijk van buitenlandse energie. Dat gaat vooral om aardolie en aardgas. Elektriciteit is een uitzondering: Nederland importeerde in 2025 wel 16,3 TWh, maar exporteerde 30,4 TWh en was daarmee netto exporteur. Daarnaast importeren we indirect veel energie: aardgas, kolen en olieproducten die eerst worden omgezet in elektriciteit, warmte of industriële producten
De discussie over energie-import gaat vaak alleen over gas of stroom uit het buitenland. Maar de Nederlandse energievoorziening heeft twee importstromen:
- Directe import: energie die Nederland binnenkomt als energiedrager, zoals aardgas, olie, kolen en elektriciteit.
- Indirecte import: geïmporteerde brandstoffen die Nederland vervolgens gebruikt om elektriciteit, warmte, stoom of andere energiedragers op te wekken.
Beide zijn relevant voor leveringszekerheid, prijsvorming, CO₂-reductie en de weerbaarheid van het energiesysteem.
Hoe groot is onze totale energie-import?
Volgens de CBS-energiebalans bedroeg het totale energieaanbod van Nederland in 2025 ongeveer 2.597 petajoule (PJ). Daarvan kwam 869 PJ uit eigen winning en werd 9.511 PJ ingevoerd. De grote invoer moet echter met voorzichtigheid worden gelezen: een belangrijk deel betreft olie en olieproducten die Nederland doorvoert, bunkert of weer exporteert.
Nederland is daardoor niet voor 9.511 PJ afhankelijk van buitenland. Voor het werkelijke binnenlandse energieverbruik was de importafhankelijkheid in 2025 ongeveer 77%.
| Energiedrager | Import 2025 | Belangrijkste gebruik |
|---|---|---|
| Aardolie en olieproducten | 7.497 PJ bruto | Grotendeels raffinage, doorvoer, bunkering en export; verder transport en industrie cbs |
| Aardgas | 1.701 PJ | Huishoudens, industrie, warmte en elektriciteitsopwekking |
| Kolen en koolproducten | 189 PJ | Vooral elektriciteitsopwekking en industriële omzetting |
| Elektriciteit | 16,3 TWh | Direct verbruik en levering aan het net; Nederland exporteerde meer |
Directe import: gas, olie, kolen en stroom
Aardgas
Aardgas is de duidelijkste directe importafhankelijkheid. In 2025 importeerde Nederland 1.701 PJ aardgas, tegenover 280 PJ eigen winning. Dat betekent dat het overgrote deel van het beschikbare gas van buitenaf komt.
De oorzaak is bekend: de winning uit het Groningenveld is in 2024 beëindigd. Nederland is daardoor steeds meer aangewezen op gas via pijpleidingen, vooral uit Noorwegen, en op vloeibaar aardgas (LNG), waarvan de Verenigde Staten een belangrijke leverancier zijn.
Belangrijk nuance: Nederland is niet alleen importeur, maar ook een belangrijk transitland in de Europese gasrotonde. In 2025 exporteerde Nederland 1.053 PJ gas. De import is dus groter dan de binnenlandse behoefte, mede door doorvoer, opslag en handel.c
Aardolie en olieproducten
De grootste importstroom in volume is aardolie en olieproducten: 7.497 PJ in 2025. Dit cijfer zegt echter minder over de Nederlandse importafhankelijkheid dan het op het eerste gezicht lijkt. Een groot deel stroomt via Rotterdamse raffinaderijen en havens door naar andere landen, wordt gebruikt voor bunkering of wordt weer geëxporteerd.
Toch blijft olie strategisch belangrijk voor Nederland, vooral voor transport, scheepvaart, luchtvaart en delen van de industrie. Ook hier is de afhankelijkheid dus zowel fysiek als economisch: Nederland heeft raffinagecapaciteit en doorvoerinfrastructuur, maar is sterk afhankelijk van internationale olieaanvoer.
Kolen
Nederland importeerde in 2025 189 PJ aan kolen en koolproducten. Kolen worden vooral gebruikt in elektriciteitscentrales en in delen van de industrie. De rol van kolen is wel afgenomen, maar ze blijven relevant als flexibele en vaak goedkope brandstof wanneer de elektriciteitsprijs of gasprijs dat aantrekkelijk maakt.
Elektriciteit
Voor elektriciteit geldt een ander beeld. Nederland importeerde in 2025 16,3 TWh elektriciteit, maar exporteerde 30,4 TWh. Het saldo was dus een netto-export van 14,0 TWh.
Dat betekent niet dat elektriciteitsimport onbelangrijk is. Op uur- of dagbasis kan import juist cruciaal zijn, bijvoorbeeld tijdens windstilte, hoge vraag of onderhoud van binnenlandse productiecapaciteit. Maar over het hele jaar was Nederland in 2025 netto leverancier van elektriciteit aan buurlanden.
Indirecte import: energie om energie op te wekken
De tweede vraag is: hoeveel geïmporteerde energie gebruiken we om zelf energie te maken? Dat gaat vooral om aardgas, kolen en olieproducten die centrales en warmtekrachtkoppelingen omzetten in elektriciteit en warmte.
In 2025 produceerden Nederlandse energieleveranciers en andere producenten 132 miljard kWh elektriciteit. Ongeveer 63 miljard kWh kwam uit fossiele bronnen, 64,3 miljard kWh uit hernieuwbare bronnen en 4,5 miljard kWh uit kernenergie en overige bronnen.
| Bron voor elektriciteit | Productie 2025 | Importrelatie |
|---|---|---|
| Wind, zon en andere hernieuwbare bronnen | 64,3 miljard kWh | Grotendeels binnenlands; import speelt vooral een rol bij materialen en onderdelen, niet bij de brandstof |
| Fossiele brandstoffen | 63,0 miljard kWh | Grotendeels afhankelijk van geïmporteerd gas, kolen en olieproducten |
| Kernenergie en overig | 4,5 miljard kWh | Brandstof en kennis zijn deels internationaal, maar de directe energie-import is beperkt |
Gas voor elektriciteit
Gas is de belangrijkste fossiele brandstof voor de Nederlandse elektriciteitsopwekking. In 2025 kwam ongeveer 36% van de elektriciteitsproductie uit gascentrales en warmtekrachtkoppeling.
Daarmee is een belangrijk deel van de gasimport indirect ook een import van elektriciteitsproductiecapaciteit. Als gasprijzen stijgen of LNG-aanvoer wordt verstoord, heeft dat niet alleen gevolgen voor huishoudens en industrie, maar ook voor de elektriciteitsprijs en de beschikbaarheid van regelbaar vermogen.
Kolen voor elektriciteit
Kolencentrales vormen de tweede indirecte importroute. De 189 PJ geïmporteerde kolen worden grotendeels ingezet voor elektriciteitsproductie en industriële omzetting. In 2025 steeg de productie uit kolencentrales met 2,4 TWh ten opzichte van 2024, mede omdat kolencentrales concurreerden met gascentrales.
Dit illustreert een belangrijk punt: Nederland kan netto elektriciteit exporteren en tegelijkertijd fossiele brandstoffen importeren voor die productie. Elektrische zelfvoorziening is dus niet hetzelfde als energieonafhankelijkheid.
Wat betekent dit voor de energietransitie?
De importafhankelijkheid verschuift. Nederland wordt minder afhankelijk van geïmporteerde elektriciteit, omdat zon en wind steeds meer binnenlands vermogen leveren. Maar de afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele brandstoffen blijft groot, vooral voor olie, gas en de flexibele elektriciteitsopwekking.
Voor beleid en bedrijven betekent dit drie aandachtspunten:
- Diversificatie blijft nodig: niet alleen van leveranciers, maar ook van energiedragers, routes en contractvormen.
- Elektrificatie vermindert olie- en gasimport, maar verhoogt de vraag naar elektriciteit: dat vraagt om voldoende opwek, netcapaciteit, opslag en flexibiliteit.
- Import is niet per definitie riskant: een goed functionerende Europese markt en sterke interconnecties verhogen juist de weerbaarheid, mits Nederland niet afhankelijk wordt van één leverancier of route.
In het kort
Nederland importeert vooral veel olie en gas, en gebruikt een deel daarvan indirect om elektriciteit en warmte op te wekken. Elektriciteit is in 2025 juist een exportproduct geworden: Nederland importeerde 16,3 TWh, maar exporteerde 30,4 TWh. De echte strategische opgave is daarom niet alleen minder stroom importeren, maar de afhankelijkheid van fossiele importstromen structureel verlagen door elektrificatie, efficiëntie, hernieuwbare opwek, opslag en flexibiliteit.






