De ACM heeft het geschil tussen Jumbo Supermarkten en Liander over een congestierapport beslecht in het voordeel van Jumbo. De kern: Liander mocht congestiemanagement niet uitsluiten met de motivering dat er te weinig meetdata is, omdat “gebrek aan meetdata” geen weigeringsgrond is in artikel 9.10, tweede lid, van de Netcode Elektriciteit (NCE).acm
Voor Jumbo betekent dit dat de weigering om congestiemanagement toe te passen niet rechtmatig kon worden onderbouwd met die grond. Voor andere aangeslotenen in hetzelfde congestiegebied is de uitkomst belangrijker nog: een netbeheerder moet het congestierapport toetsen aan de limitatieve uitzonderingsgronden van de NCE en dit onderbouwen. Een algemene verwijzing naar ontbrekende data of spanningsproblemen is daarvoor onvoldoende.
Belangrijke nuance: het besluit zegt niet dat Liander per direct extra transportcapaciteit aan Jumbo moet leveren, noch dat congestiemanagement in dit gebied technisch haalbaar is. Het besluit zegt wel dat het congestierapport niet voldeed aan de NCE-eisen.
Wat is er gebeurd?
Liander gaf in januari 2021 een vooraankondiging af van capaciteitsproblemen in het gebied waar Jumbo is gevestigd en publiceerde een congestierapport. Jumbo had eerder meer transportvermogen aangevraagd dan Liander in de aansluit- en transportovereenkomst (ATO) beschikbaar stelde; het gecontracteerde transportvermogen lag dus lager dan de vraag van Jumbo.
Na een civiele procedure publiceerde Liander in april 2025 een herzien congestierapport. Daarin concludeerde Liander dat congestiemanagement niet kon worden toegepast vanwege een gebrek aan meetdata; daarnaast wees Liander op spanningscongestie. Jumbo betwistte dat dit rechtsgeldige gronden zijn om congestiemanagement niet toe te passen.
De ACM oordeelde dat het rapport niet in overeenstemming was met artikel 9.10 NCE. Artikel 9.10 bevat zelfstandige normen voor congestierapporten; het tweede lid bevat een limitatieve lijst met uitzonderingen. “Gebrek aan meetdata” staat daar niet in. Ook is de ACM van oordeel dat de uitzonderingen niet pas gelden nadat de netbeheerder eerst heeft vastgesteld dat congestiemanagement technisch mogelijk is.
De weigeringsgronden uit artikel 9.10 NCE
De netbeheerder moet dus toetsen aan de volgende uitzonderingen. Alleen als een van deze gronden aantoonbaar van toepassing is, hoeft congestiemanagement niet te worden toegepast.
| Grond | Inhoud in het kort | Praktische betekenis |
|---|---|---|
| a. Korte duur en geen recentere congestie | Geen congestiemanagement nodig als het verwachte capaciteitstekort korter dan één jaar duurt én het gebied in de drie voorafgaande jaren geen congestiegebied was of deel uitmaakte van een congestiegebied van die netbeheerder. | Bedoeld voor tijdelijke, incidentele knelpunten. Bij langdurige of terugkerende netcongestie is deze grond niet beschikbaar. |
| b. Geen niet-marktgebaseerde redispatch voor verbruik | De netbeheerder past geen niet-marktgebaseerde redispatch toe om het transportverbruik van verbruikende aangeslotenen te verminderen ten behoeve van een verzoek als bedoeld in artikel 9.6, eerste lid. | Beperkt vooral de verplichting tot een specifieke vorm van niet-marktgebaseerde inzet; dit is niet een algemene vrijstelling van congestiemanagement. |
| c. Financiële grens | De netbeheerder hoeft per congestiegebied geen congestiemanagement toe te passen als de kosten van congestiemanagement vanaf de vooraankondiging tot het moment dat het structurele tekort is opgelost, een in de NCE opgenomen financiële grens overschrijden. | De netbeheerder moet de kosten onderbouwen en aantonen dat de grens wordt overschreden. |
| d. Vraag groter dan technische grens | Geen congestiemanagement voor transportvraag waarvan de benodigde transportcapaciteit groter is dan de technische grens van de aanwezige transportcapaciteit. | De netbeheerder moet aannemelijk maken welke technische grens geldt en waarom de gevraagde capaciteit daarboven ligt. |
| e. Laagspanningsnet | De technische grens bedraagt 100% van de aanwezige transportcapaciteit als het beperkende netelement in het laagspanningsnet ligt. | Voor knelpunten in het laagspanningsnet geldt een extra uitzondering; dit besluit betrof echter een grootverbruiker in het distributienet, niet een kleinverbruikeraansluiting. |
Wat betekent dit voor Jumbo?
Voor Jumbo is de belangrijkste uitkomst dat het ACM-geschilbesluit de juridische positie versterkt: Liander kon het congestierapport niet rechtmatig baseren op “onvoldoende meetdata” als reden om congestiemanagement uit te sluiten. De ACM heeft de klacht gegrond verklaard.
Dat betekent niet automatisch dat Jumbo nu meer transportcapaciteit krijgt. De mogelijke vervolgstappen zijn:
- Liander moet het congestieonderzoek en -rapport opnieuw toetsen aan de wettelijke uitzonderingsgronden.
- Als geen uitzonderingsgrond aantoonbaar geldt, moet Liander onderzoeken of en hoe congestiemanagement kan worden toegepast.
- Als congestiemanagement wel mogelijk is, kan dit extra ruimte opleveren om transportaanvragen, waaronder die van Jumbo, deels of tijdelijk te faciliteren. Congestiemanagement is juist bedoeld om schaarse netcapaciteit beter te benutten tot de structurele netverzwaring gereed is.
- Jumbo kan zich bij een nieuw of herziend rapport laten bijstaan en desnoods opnieuw een geschil aanspannen als de onderbouwing opnieuw niet aan de NCE voldoet. Het huidige besluit betreft het specifieke congestierapport en de specifieke motivering van Liander.
Wat betekent dit voor andere aangeslotenen?
Voor andere bedrijven in hetzelfde congestiegebied is dit een relevant signaal. Zij kunnen van de netbeheerder verwachten dat het congestierapport concreet ingaat op:
- de aard van het knelpunt: stroomcongestie, spanningscongestie of beide;
- de technische grens van de aanwezige transportcapaciteit;
- de beschikbare meet- en besturingsdata;
- de haalbaarheid van congestiemanagement;
- de toegepaste of verworpen uitzonderingsgrond, met onderbouwing.
De ACM-handleiding benadrukt dat aangeslotenen en aanvragers in een congestiegebied inzicht moeten krijgen in de aard van het knelpunt en de manier waarop zij bij de oplossing worden betrokken.
Praktische implicaties
- Bestaande aangeslotenen met capaciteitsbeperking: kunnen toetsen of hun beperking berust op een valide uitzonderingsgrond.
- Bedrijven met een lopende transportaanvraag: kunnen vragen welk artikel 9.10-lid wordt toegepast en waarom.
- Bedrijven die willen uitbreiden: kunnen bij een weigering om congestiemanagement in te zetten om onderbouwing vragen, inclusief datakwaliteit, netmodel, technische grens en kosten.
- Ketenpartners: leveranciers, BRP’s en aggregatoren kunnen relevant zijn als flexibiliteit, vraagsturing of congestiemanagementdiensten alsnog mogelijk blijken.
Komt “een andere weigeringsgrond” vaker voor?
Ja, in de praktijk lijkt dit vaker voor te komen dan dat een netbeheerder een van de expliciete NCE-gronden volledig en sluitend onderbouwt. Liander gebruikt in meerdere congestieonderzoeken vergelijkbare formuleringen: beperkte meetdata in het middenspanningsnet, spanningscongestie en de conclusie dat voorspelbaar congestiemanagement daardoor lastig of nog niet mogelijk is. Voorbeelden zijn Ulkesluis, Schiphol Oost, Zaltbommel, Amstelveen, Stichtse Kant en Oosterhout.
Dat betekent niet dat al die rapporten onrechtmatig zijn: elk rapport moet afzonderlijk worden beoordeeld. Maar het Jumbo-besluit maakt wel duidelijk dat deze argumentatie niet zonder meer volstaat. De ACM stelt dat “gebrek aan meetdata” geen weigeringsgrond is en dat de uitzonderingen niet pas gelden nadat technische mogelijkheid is vastgesteld.
Er is dus een spanningsveld:
| Feit | Interpretatie |
|---|---|
| Liander noemt in meerdere rapporten beperkte meetdata en spanningscongestie. | Dit is een veelvoorkomende praktijk in Liander-congestiegebieden. |
| De ACM stelt dat meetdata-tekort geen limitatieve weigeringsgrond is. | Een netbeheerder kan zich daar niet zonder meer op terugtrekken. |
| Spanningscongestie kan de aard van het knelpunt verklaren. | Maar ook dan moet de netbeheerder aantonen waarom geen van de wettelijke uitzonderingen geldt of waarom congestiemanagement niet kan worden toegepast. |
| De NCE is per 21 februari 2026 vervallen en is opgevolgd door de Systeemcode elektriciteit 2026. | Voor nieuwe gevallen moet worden gekeken naar de geldende Systeemcode; de inhoudelijke systematiek van de uitzonderingsgronden is daar grotendeels terug te vinden. wetten. |
Bron: https://www.acm.nl/nl/publicaties/geschilbesluit-jumbo-liander-over-congestierapport






